Hervormde Gemeente Est

gallery/logo - transparant

Beleidsplan 2013-2018

1     Leeswijzer

 

1.1   Opzet van het beleidsplan

Om te zorgen dat we binnen de Hervormde gemeente van Est doelgericht kunnen functioneren in de opbouw, het leven en werken van de gemeente en het loven en eren van Gods naam in de Erediensten, wil dit beleidsplan een leidraad zijn. Het geeft aan met welke middelen en langs welke weg vooraf bepaalde doelen kunnen worden bereikt.

In hoofdstuk 1, leeswijzer, hierin wordt per hoofdstuk een weergave gegeven over de onderwerpen die voorkomen in het beleidsplan.

In hoofdstuk 2, inleiding, hierin wordt een beknopte weergave gegeven van wat voor de Hervormde gemeente van Est de uitgangspunten zijn in het beleidsplan.

In hoofdstuk 3, kaders, hierin worden de verschillende uitgangspunten beschreven die ten grondslag liggen aan het beleidsplan.

In hoofdstuk 4, kerkleiding, hierin wordt beschreven hoe het opzicht in de gemeente gestalte krijgt gerelateerd aan het functioneren van de kerkenraad.

In hoofdstuk 5, erediensten, hierin wordt beschreven hoe de erediensten gestalte krijgen en hoe de liturgie wordt ingevuld. Tevens wordt ingegaan op de bijzondere diensten die er gehouden worden

In hoofdstuk 6, beleidspunten, ten aanzien van bijzondere kerkdiensten, hierin worden de beleidspunten belicht die aan de orde komen bij de bijzondere kerkdiensten zoals, Doopdienst, Heilig Avondmaaldienst, Formulieren Bid- en Dankstond en Rouwdiensten.

In hoofdstuk 7, pastoraat, hierin worden de verschillende onderdelen beschreven die in het pastoraat aan de orde komen in het geheel van de kerkenraad en gemeente.

In hoofdstuk 8, diaconaat, hierin worden de verschillende aspecten van het diaconaat nader toegelicht.

In hoofdstuk 9, kerkrentmeesters, hierin wordt beschreven de kosten van de predikant plaats, onderhoud gebouwen en werving van financiële middelen.

In hoofdstuk 10, catechese, hierin wordt het doel van de catechese beschreven en de verschillende leeftijdsgroepen.

In hoofdstuk 11, zending, hierin wordt een algemene beschouwing gegeven en de zending van dichtbij en verder weg nader toegelicht.

In hoofdstuk 12, kringwerk, hierin worden de verschillende kringen die er in de gemeente zijn nader toegelicht zoals onder ander bijbelkring en gesprekskringen.

In hoofdstuk 13, jeugdwerk, hierin wordt het jeugd werk in de gemeente van Est nader toegelicht inclusief de leeftijdsopbouw.

In hoofdstuk 14, samenvattende conclusies en voornemens, hierin worden een aantal zaken samengevat waarbij getracht wordt een voornemen naar de toekomst aan te geven.

 

­

­2     Inleiding

 

2.1  Algemeen

Als gemeente van Jezus Christus in Est weten we ons geroepen tot een grote opdracht, die we als volgt verwoorden:

Ons hele bestaan dient gericht te zijn op het eren van God,
Wij zijn geroepen om onze medemens met de boodschap van Gods genade en redding in Jezus Christus in aanraking te brengen door middel van de prediking van het Woord en de dienende daad in het apostolaat.

 

Bij deze opdracht zijn we als gehele gemeente betrokken, ook gezien wat het NT ons leert over het wezen van de gemeente en over de gaven die God in de gemeente uitdeelt.

Aangezien wij genoemde opdracht in eerste instantie te vervullen hebben in de eigen gemeente, willen we ons eerst rekenschap geven van de levenssituatie in ons dorp en allen die met ons verbonden zijn en de plaats die de kerkelijke gemeente in het dorp inneemt.

Vervolgens trachten we weer te geven hoe op dit moment in de Eredienst, in het Pastoraat, in de Vorming en Toerusting, in de Zending, in het Diaconaat en in het werk van de Kerkrentmeesters, het werk van de Hervormde gemeente Est aan bovengenoemde opdracht gestalte wordt gegeven.

Aan het einde van het beleidsplan willen we nagaan hoe wij de komende  jaren kunnen komen tot verbeteringen en vooral dienen wij ons te realiseren wat ons samenbindt, om vervolgens dat vast te houden.

 

2.2  Samenstelling van de gemeente

De gemeente heeft samen met de zuster gemeente van Meteren één predikant. Op 1 januari 2011 telde de gemeente van Est 576 inwoners, waarvan een klein gedeelte in de land- en tuinbouw en overige agrarische sector werkzaam is. De meerderheid van de beroepsbevolking heeft voornamelijk zijn of haar werkkring buiten het dorp Est.

De Hervormde gemeente van Est telde op 1 januari 2012: 90 lidmaten, 185 doopleden en 48 overige leden. Het meeleven vanuit de gemeente ook met hen die geen vaste band met de gemeente hebben, is behoorlijk groot.

 

­

3   Kaders

 

3.1  Identiteit

De hervormde gemeente van Est wil een gemeente zijn waarin de ontmoeting met Jezus Christus en door Hem met God zelf, centraal staat. Ze wil een open gemeente zijn waarin mensen oog voor elkaar hebben. De Hervormde gemeente wil uitdragen dat het geloof vanuit het gehoor is en dat daarom de zondagse Erediensten een bijzondere plaats behoren te hebben in het zijn van een gemeente voor Gods aangezicht.

 

3.2  Plaatsbepaling

Onze positie binnen de Protestante Kerk in Nederland is een ambivalente. We kunnen niet alles aanvaarden wat de kerkorde van onze kerk aan mogelijkheden biedt en het doet ons pijn dat een aantal mogelijkheden geboden wordt die wij menen te moeten afwijzen. We geloven echter dat God Zijn Geest uit deze kerk niet heeft teruggetrokken. Zij kan vervallen zijn. Wij kunnen er heel wat op aanmerken. Dat snijdt in eigen vlees. En wij geloven dat de HEERE Zijn verbondstrouw aan deze kerk wil bewaren. Zolang er in onze kerk ruimte is voor de zuivere bediening van het Woord en de Sacramenten en een beroep gedaan kan worden op de Gereformeerde belijdenis is er geen grond om ons van de kerk af te scheiden.

Nadere plaatsbepaling binnen het geheel van de Protestantse Kerk in Nederland is, dat het ons gaat om als Hervormde gemeente binnen de PKN binnen de gereformeerd richting in de kerk te functioneren. Die beweging, georganiseerd in de Gereformeerd Bond in de kerk, heeft te maken met de “Waarheid” de waarheid is het Woord van God, de Levende. Het is de Heilige Schrift in al zijn delen. In die onderdelen die ons aanspreken en waarin we ons herkennen, maar niet minder in die passages die ons niet goed uitkomen, tegenspreken en onder kritiek stellen. Dat is de waarheid en daar stellen we ons onder. Zo willen we staan in de lijn van de Reformatie. Nader bezien is dit de lijn van de theologische en kerkelijke beweging die haar oorsprong vindt in de reformatorische arbeid van Calvijn.

 

­4    Kerkleiding

 

4.1  Opzicht in de gemeente

Het dagelijkse opzicht van de  gemeente ligt in handen van de kerkenraad. De kerkenraad heeft als taak om de gemeente van de Heere te leiden op de weg die de Heere met Zijn kerk en gemeente willen gaan. Om die weg enigszins duidelijk aan te geven is kerkordelijk bepaald dat iedere gemeente een beleidsplan dient te hebben dat sturing kan geven aan de afgesproken doelen welke zijn verwoord in het beleidsplan. Tevens wordt aangegeven hoe de kerkenraad samen met de gemeente de toekomst tegemoet wil treden. Een beleidsplan is in principe bedoeld voor een periode van 5 jaar, maar kan indien nodig tussentijds direct worden aangepast door de kerkenraad in samenspraak met de gemeente.

Boven alles staat dat de kerkenraad van de Hervormde gemeente Est een beleid wil voeren dat in overeenstemming is met het Woord van God. De kerkenraad hoopt onder des HEEREN zegen de komende jaren het volgende beleid in dienst van de gemeente van Jezus Christus te voeren.

 

4.2  Kerkbode

Berichten die voor de gemeente van belang zijn zullen via afkondigingen in de Eredienst worden gedaan. Tevens verschijnt 1 x per drie weken een kerkbode in de gemeente waarin berichten die de gemeente aangaan worden vermeld. Deze kerkbode is een gezamenlijke oplage met de zustergemeente te Meteren. De berichten voor de kerkbode worden door verschillende gemeenteleden digitaal verwerkt. De predikant van de gemeente is redactioneel eindverantwoordelijk voor de berichtgeving.

 

4.3  Kerkenraad

De kerkenraad bestuurt de gemeente. De gemeente bestaat uit: belijdende leden, doopleden en overige leden.

De belijdende leden kiezen uit hun midden de ambtsdragers (mannelijke leden). De kerkenraad bestaat uit 3 ouderlingen, 3 diakenen, 2 kerkrentmeesters en 1 kerkvoogd. Tevens is er ter ondersteuning een commissie van bijstand welke bestaat uit 4 personen. De procedure van verkiezing is vastgelegd in de plaatselijke regeling.

Tijdens de zes jaarlijkse stemming over de wijze waarop de kerkenraadsleden worden gekozen zal de kerkenraad aan de gemeente voorstellen om te stemmen voor de methode van verkiezing van ambtsdragers uit dubbeltallen.

 

­

5    Erediensten

 

5.1  De diensten op zondag

Elke zondag is er of in Est of in Meteren een avonddienst. Elke zondagmorgen is er dienst in Est. In de, onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad te houden erediensten, gaan alleen daartoe in onze kerk bevoegde mannelijke voorgangers voor.

Wanneer de gemeente samenkomt in de eredienst doet zij dat in gehoorzaamheid aan het Woord van God dat ons oproept om de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten.

De gemeente komt bijeen om de Heere God te dienen, te loven en te prijzen, Hem te aanbidden, onze schuld te belijden, te danken voor alle zegeningen, om voorbede te doen voor noden van de wereld en gemeente en om christelijke handreiking te doen.

Centraal in de erediensten moet staan het Woord van God dat wordt gelezen en dat wordt uitgelegd tot versterking van het geloof, tot bemoediging van hen die het moeilijk hebben.

Het is nodig dat iedereen door bekering opnieuw geboren wordt. Daarom dient telkens de oproep tot geloof en bekering uit te gaan tot alle aanwezigen. Daarbij hebben alle aanwezigen (gelovigen) de taak om die oproep verder te brengen de wereld in.

De kerkenraad waakt ervoor (en ziet toe) dat er een prediking gebracht wordt die in overeenstemming is met de Heilige Schrift en de belijdenisgeschriften, zijnde:

De 12 artikelen van het Geloof.
Belijdenis van Nicea.
Belijdenis van Athanasius.
Heidelbergse Catechismus.
Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Dordtse Leerregels.

 

5.2  Heilige Doop

Uitgaande van het verbond wordt de Heilige Doop bediend aan de jonge kinderen van de gemeente.

Voorafgaande aan de heilige Doop vindt een doopgesprek plaats door enkele leden van de kerkenraad en/of predikant met de doopouders. In dit gesprek wordt gewezen op de rijkdom van Gods verbond en beloften. De doop roept ons op tot een nieuwe gehoorzaamheid.

De doopouders worden gewezen op de verantwoordelijkheid die ze nemen door hun ja-woord te geven op de doopvragen.

De kerkenraad hanteert een ruime dooppraktijk, waarbij de doopouders wel gehuwd dienen te zijn. De kerkenraad kan besluiten, als de doopouders nauwelijks meelevend zijn, tot het laten volgen door de doopouders van enkele avonden doopcatachese.

Als de doopouders dooplid zijn, zal hen worden gevraagd om er over na te denken openbare belijdenis van het geloof af te leggen, hiervoor dient de belijdenis catechisatie te worden gevolgd.

Het is verder van groot belang dat er goede nazorg wordt gedaan aan de doopouders, zeker als slechts één van hen de doopvragen heeft beantwoord.

 

5.3  Heilig Avondmaal

Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat het Heilig Avondmaal een instelling is van Jezus Christus, die Hij heeft ingesteld voor Zijn gelovigen die in het midden van de gemeente belijdenis des geloofs hebben afgelegd, om Zijn dood te gedenken en ter versterking van het geloof. Wij roepen iedere ongelovige en diegene die met ergerlijke zonde is besmet, dringend op, om zich, zolang er geen bekering is, zich van de tafel van de Heere te onthouden. Met Gods hulp zullen wij hen die de heilige sacramenten misbruiken en verachten, weren, en tegenhouden. In de voorbereidingsdienst op het H.A. en bij de bediening van het H.A. wordt het aangepaste en hervertaalde avondmaalformulier gelezen door de voorganger in de desbetreffende erediensten.

In onze gemeente wordt voorafgaande aan de bediening van het Heilig Avondmaal Censura Morum gehouden. In de kerkbode wordt aangegeven waar en wanneer en welk tijdstip Censura Morum wordt gehouden.

 

­

5.4  Elementen van de liturgie

Voor aanvang van de eredienst gaat de ouderling van dienst voor in gebed (het consistorie gebed) en de diaken van dienst sluit de dienst in de consistorie met dankgebed.

Voor aanvang van de dienst wordt door één van de ambtsdragers (bij toerbeurt) het psalmvers afgekondigd dat door de gemeente voor de dienst wordt gezongen. In de eredienst worden de Psalmen gezongen uit de oude berijming (berijming 1773). Ook worden de gezangen gezongen die achter in de Psalmbundel zijn vermeld (berijming 1773).

Indeling van de dienst:

Vooraf wordt een psalm gezongen.
Kerkenraad komt binnen.
Stil Gebed.
Votum en Groet.
Samenzang.
Lezing van de Wet en samenvatting(morgendienst) of de Geloofsbelijdenis (avonddienst).
Samenzang.
Gebed.
Schriftlezing.
Collecten deze worden gehouden onder het zingen van het volgende Psalmvers.
Samenzang.
Prediking.
Samenzang.
Dankgebed en Voorbeden.
Zegen.

 

De afkondigingen worden door de voorganger gedaan tijdens het opgeven van het Psalmvers dat voor de preek wordt gezongen.

 

5.5  Bijzondere diensten

Bijzonder diensten zijn kerkdiensten tijdens de christelijke feestdagen, doopdiensten, zangdiensten, huwelijksdiensten, rouwdiensten en diensten tijdens bijzondere gelegenheden en herdenkingen.

Bij verjaardagen van de Koningin en bijzondere gelegenheden betreffende ons Koningshuis wordt het Wilhelmus gezongen. We zingen het Lutherlied omstreeks 31 oktober ter gedachtenis aan de kerkhervorming.

Bij de diensten voor het Kerstfeest, Pasen en Pinksteren worden vooraf  s’morgens liederen gezongen die betrekking hebben op deze gedenkdagen.

 

5.6  Oppasdienst

Tijdens de erediensten op zondagmorgen wordt er een oppasdienst voor de allerkleinsten gehouden. De ouders kunnen hierdoor samen ter kerke gaan. Voor de oppas is er een rooster opgesteld waarbij er steeds een oudere (mevrouw)  met een jongere (meisje) de oppas van de kinderen verzorgt. Tijdens de oppas wordt er uit de kinderbijbel gelezen.

 

­

6   Beleidspunten ten aanzien van bijzondere kerkdiensten

 

6.1  Toelichting op de beleidspunten

In principe staat ieder gemeentelid in het ambt der gelovigen. Zowel man als vrouw hebben een belangrijke taak in de gemeente en zijn dienstbaar aan de gemeente van Christus. De kerkenraad stelt zich op het standpunt dat de bestuurlijke ambten (regering der kerk) en predikant (lering der kerk) door mannen dient te worden vervuld. De kerkenraad is er zich van bewust dat er mogelijk op dit punt verschillende meningen en gedachten leven binnen de gemeente en de kerk

 

6.2  Doopdienst

De kerkenraad verleent toestemming tot het laten dopen van kinderen na één of meerdere pastorale gesprekken over de betekenis van de doop, waarin de doopouders, die gehuwd zijn, aangeven dat zij hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de doop kennen en willen aanvaarden.

 

6.3  Heilig Avondmaalsdienst

Belijdende lidmaten van de gemeente worden uitgenodigd om aan het heilig Avondmaal deel te nemen.

Het pastoraat is er op gericht om de verhindering die er kan zijn zo veel mogelijk weg te nemen in het licht van Gods Woord.

Gastleden (die belijdend lidmaat zijn) kunnen nadat zij dit te kennen hebben gegeven bij de kerkenraad en aanwezig zijn in de dienst ook aangaan aan het Heilig Avondmaal. De nodiging in de dienst tot het Heilig Avondmaal geschiedt zovaak als er behoefte is om aan te gaan.

 

6.4  Huwelijksdienst

In de Hervormde gemeente van Est zal alleen een huwelijk tussen man en vrouw bevestigd en ingezegend worden, dat wettig voor de Burgerlijke overheid is gesloten.

Voorafgaande aan de bevestiging en inzegening vinden twee of meer gesprekken plaats tussen de predikant en het aanstaande echtpaar.

De kerkenraad is er van overtuigd dat het huwelijk de bijbelse weg is voor het samenleven van man en vrouw. Daar zal ook een aanstaand echtpaar dat reeds samenwoont en hun huwelijk kerkelijk wil laten bevestigen en inzegenen op gewezen worden. Hiermee hoopt de kerkenraad dat het aanstaande echtpaar tot inzicht komt, dat hun samenwonen niet naar Gods Woord is geweest en dat de bijbelse weg van het huwelijk gegaan moet worden.

 

­

6.5  Formulieren

De hertaling van de formulieren uit de gereformeerde traditie worden gebruikt bij de bediening van het Heilig Avondmaal en bij de bediening van de Heilige Doop.

 

6.6  Bid- en Dankstond

Jaarlijks worden op de daarvoor aangegeven dagen (voorjaar/najaar) deze beide diensten gehouden. In de middag is er een speciale dienst voor de kinderen. De kerkenraad kan, wanneer daar gegronde redenen voor zijn, een extra bid- of dankdienst houden.

 

6.7  Rouwdiensten

Op verzoek van de familie is het mogelijk om rouwsamenkomsten te beleggen in de kerk. Omdat het geen officiële kerkdienst is, kan de dienst geheel in overleg met de familie worden vorm gegeven, overeenkomstig de opvatting van de kerkenraad passend binnen de huidige liturgische invulling.

Een aantal jaren geleden was de begrafenis de enige vorm om de laatste eer te bewijzen aan familieleden die door de dood ons ontvallen zijn. Daarnaast komt cremeren steeds vaker voor. Ook wij als gemeente krijgen hier meer mee te maken. Op principiële gronden is de kerkenraad tegen crematie.

De Heere Jezus werd in het graf gelegd. Met de kerk van alle tijden en als gemeente van Christus belijden wij iedere zondag dat Hij begraven werd en ten derde dage is opgestaan. Zo mogen wij ook hiermee belijden de wederopstanding van het lichaam dat gezaaid is in de schoot der aarde en opgewekt wordt op de jongste dag.

Hoewel wij begrip hebben voor persoonlijke gevoelens rond het overlijden van familieleden, kiezen wij als kerkenraad op bijbelse gronden voor een begrafenis.

Wanneer de familie besluit tot een crematie heeft de predikant de vrijheid niet of in beperkte mate in een rouwsamenkomst voor te gaan.

Bij een begrafenis of crematie wordt de predikant vergezeld door een lid van de kerkenraad, waarbij het kerkenraadslid de vrijheid heeft om niet mee te gaan naar de crematie. Als de kerkenraad wordt uitgenodigd door middel van een rouwkaart gaan er twee kerkenraadsleden condoleren.

Het overlijdensbericht wordt aan de gemeente bekend gemaakt in de kerkbode en met  afkondiging in de kerkdienst om zo de gemeente bij het overlijden te betrekken en haar medeleven te tonen aan de familieleden.­

 

­

7    Pastoraat

 

7.1  Ouderlingen overleg

Tenminste tweemaal per jaar (in het voorjaar en in het najaar) dient er een ouderlingenoverleg plaatse te vinden, waarbij de predikant en de ouderlingen aanwezig zijn.

In dit overleg/vergadering geven de ambtsdragers een overzicht van de gang van zaken ter zake van het huisbezoek. Ook is er gelegenheid om knelpunten en mogelijke problemen die zich tijdens het huisbezoek  voordoen te bespreken. Verder zullen zaken worden besproken die het functioneren van de ambtsdragers kunnen verbeteren. Ook dient dit overleg ter versterking en bemoediging waarbij de bede mag zijn: alles tot eer en lof van onze Heere Jezus Christus mag geschieden. En dat Hij ons wil blijven versterken en bij staan met de Heilige Geest. Doel is om elkaar als ambtsdragers tot een en een voet te zijn.

 

7.2  Kerkenraadsvergaderingen

Ook enkele pastorale zaken worden in de kerkenraadsvergaderingen ter kennis van de kerkenraad gebracht. Dit geldt zaken die voor alle kerkenraadsleden van belang zijn.

Vertrouwelijke zaken die op het pastorale vlak liggen worden in eerste instantie alleen aan de direct betrokkenen bekend gemaakt. De kerkenraad  dient alert te zijn op gemeenteleden die extra pastorale zorg nodig hebben. Informatie wordt zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de predikant of aan de betrokken ambtsdrager.

 

7.3  Aantal ambtsdragers

De kerkenraad bestaat uit: de predikant, drie ouderlingen, drie diakenen en twee ouderlingen-kerkrentmeester en één kerkrentmeester. De kerkrentmeesters worden bijgestaan door de commissie van bijstand, deze bestaat uit vier mannelijke belijdende gemeente leden (zie bladzijde 12 - 4.3 kerkenraad).

 

7.4  Huisbezoek

De predikant is beschikbaar voor elk gemeentelid die daar om verzoekt. Hij zal bijzonder aandacht besteden aan ouderen in de gemeente: in het bijzonder in het geval van opname in het ziekenhuis, bij rouwverwerking, langdurige ziekte en bijzondere pastorale situaties. De predikant wordt hierbij bijgestaan door de pastoraal werker, die zowel in de zuster gemeente te Meteren als in de gemeente van Est bezoekwerk verricht.

De ouderlingen stellen zich ten doel om alle pastorale eenheden eenmaal in de twee jaar te bezoeken. Extra aandacht zullen zij besteden aan hen die man of vrouw verloren hebben, aan langdurige zieken, jonge gezinnen en bejaarde gemeenteleden.

 

7.5  Ziekenbezoek

De predikant zal wanneer een gemeentelid aangeeft in het ziekenhuis te worden opgenomen, indien mogelijk of gewenst, dit gemeentelid wekelijks bezoeken. Bij afwezigheid van de predikant zullen de ouderlingen dit overnemen.

Ook kan er een beroep worden gedaan op de pastoraal werker. De vervanging van de predikant zal tijdig bekend worden gemaakt in de kerkbode.

 

7.6  Crisispastoraat

Er zijn verschillende situaties te bedenken waarin een gemeentelid snel pastorale hulp nodig heeft. Ook daarvoor zijn de predikant, de pastoraalwerker en ouderlingen beschikbaar.

 

­

­8   Diaconaat

 

8.1  Inzamelen gaven

Vanuit de kerkenraad is de diaconie belast met de zorg voor de armen in de gemeente en daarbuiten. Daartoe zamelt de diaconie geld in en verdeelt dat onder de armen. Daarnaast voert de diaconie ook het beheer over de haar toebedeelde (geld-)middelen.

De diaconie opereert in een spanningsveld. Enerzijds is daar de nood in de wereld die door de media heel dichtbij komt. ‘We wisten het niet’ bestaat niet meer. Anderzijds is daar het rentmeesterschap over de aan de diaconie toevertrouwde middelen. De diaconie is bewogen met de naaste dichtbij en ver weg. In onze eigen gemeente kunnen we daar als diaconie zelf veel in betekenen niet alleen met gelden maar ook door daden, (bezoekwerker).

Wereldwijd zal dat veelal gebeuren door het schenken van geld aan instanties die dat op een verantwoorde manier gebruiken.

 

Concreet leidt dit tot het volgende:

De diaconie wil in de eerste plaats plaatselijk de helpende hand bieden en dienend bezig zijn.
De diaconie wil weten wat er leeft binnen de gemeente op diaconaal vlak;

 

Vanwege de diaconale roeping houdt het college van diakenen zich bezig met het inzamelen van de gaven van de gemeenteleden en de besteding ervan aan goede doelen. Er wordt jaarlijks een collecterooster opgesteld. Om het vermogen niet te laten groeien worden jaarlijks alle binnenkomende geldmiddelen, voor zover mogelijk is, jaarlijks ook uitgegeven.

De diaconie bezit landerijen. Dit land wordt via de daarvoor ingestelde pachtkamer verpacht.

 

8.2  Kerktelefoon

De diaconie exploiteert samen met de diaconie van de zuster gemeente in Meteren de

Kerkradio. In prediking en pastoraat wordt benadrukt dat de dienende taak een

roeping is van heel de gemeente de kerkradio kan hier ook en bijdrage aan leveren.

 

8.3  Projecten

De diaconie wil binnen de kaders van prediking en pastoraat dienend bezig zijn in het geheel van de kerk. Aandacht te hebben voor het diaconale bewustzijn van de gemeente is een aandachtspunt. De stijgende lijn van inkomsten van de diaconie  wordt geprobeerd voort te zetten, door gericht voor projecten en stichtingen te collecteren. Hierbij wordt toegezien welke de vraag is naar hulp in binnen en buitenland.

Diaconie is geroepen tot het ondersteunen van de armen. Dit kan zijn binnen de gemeente, op nationaal niveau of op mondiaal niveau. Nederland kent een uitgebreide sociale wetgeving, waardoor echte armoede vrijwel niet meer voorkomt. Is hier echter wel sprake van binnen de gemeente dan is dit moeilijk te signaleren, omdat men hier niet makkelijk mee naar buiten treedt. Daarom is het van belang dat het pastoraat en overige gemeenteleden oplettend zijn en aangeven als er vermoedens zijn van stille armoede. Omdat er weinig armoede voor komt binnen de gemeente worden voornamelijk instellingen op nationaal en mondiaal niveau gesteund.

 

­

9   Kerkrentmeesters

 

9.1  Kosten predikantplaats

Het college van Kerkrentmeesters  draagt voor 1/4 bij in de kosten van de predikantplaats. Meteren en Est dragen gezamenlijke de inrichtingskosten van de pastorie bij de komst van een nieuwe predikant.

 

9.2  Commissie van bijstand

Het college van Kerkrentmeesters laat zich ondersteunen door een commissie van bijstand en

door een rommelmarkt commissie.

 

9.3  Beheer gebouwen

Het college van kerkrentmeesters van Est beheert het Kerkgebouw en de oude pastorie aan de

Dorpsstraat te Est. Deze oude pastorie is verhuurd aan 2 gezinnen.

Onderhoud aan de kerk is kostbaar, maar de staat van onderhoud is, dankzij de geplande restauraties, goed. Er zijn voor de komende jaren geen hele grote kosten te verwachten. Een meerjarenplan dient hiervoor te worden opgemaakt. Ook voor het orgel en de pastorie dient een meerjaren onderhoudsplan te worden opgemaakt.

Het doel hiervan is om mede aan de hand van de uitkomsten van het jaarlijkse onderzoek en het rapport van de Monumentenwacht te komen tot een inzicht in het noodzakelijke onderhoud op de korte en lange termijn, alsmede het verkrijgen van eventuele  rijkssubsidie.

 

9.4  Inkomsten

Steeds minder mensen moeten meer opbrengen. Een harde werkelijkheid waar terdege rekening mee zal moeten worden gehouden. Een blijvend punt van zorg dus voor het college van kerkrentmeesters en daarmee voor de gehele gemeente.

De gemeenteleden zullen daarom steeds opnieuw herinnerd moeten worden aan hun financiële verantwoordelijkheid. Dit zal gedaan worden door goede en regelmatige voorlichting via het kerkblad of door middel van een zoveel mogelijk persoonlijk gerichte benadering.

De basis van een financieel gezonde gemeente is in toenemende mate het “levend geld”. Het college vindt in de werving daarvan een uiterst belangrijk deel van haar werkzaamheden.

 

Het college van kerkrentmeesters ontvangt haar inkomsten uit verschillende  posten zoals:

vrijwillige kerkelijke bijdragen (waaronder de solidariteitskas - deze inkomsten worden afgedragen).
collecten.
giften.
opbrengsten van grondbezit.
rente over spaargelden.
opbrengsten van rommelmarkten

 

Het college van kerkrentmeesters wil reserves opbouwen voor onderhoud en restauraties van de in beheer zijnde gebouwen en inboedels. En verbetering van de ruimtelijke aspecten rondom het kerkgebouw is gerealiseerd.

Als kerkgemeenschap moeten we oog hebben voor de economische en maatschappelijke ontwikkelingen en het feit dat de gemeente de komende jaren in financiële zin meer zal worden aangesproken. Met name de ouderen in onze gemeente geven het merendeel van het “Levende Geld”. In dit kader past ons een gematigd beleid. Er dient wel strikt de hand gehouden worden aan de financiële grondregel: minstens instandhouding van het huidige kapitaal, structurele lasten alleen toestaan, als daar structurele inkomsten tegenover staan, incidentele uitgaven kunnen worden gefinancierd uit eenmalige baten.

 

Voor het goed kunnen besturen, beheren en inschatten is het noodzakelijk dat het college weet over welke inkomsten op de korte- en lange termijn kan worden beschikt en welke uitgaven hier tegenover staan. Derhalve dient jaarlijks een begroting en jaarrekening te worden opgemaakt alsmede om de vier jaar een meerjarenbegroting. Daartoe dient er een meerjaren onderhoud- restauratieplan te zijn.

Het beleid van het college van kerkrentmeesters komt tot uitdrukking in een (meerjaren-) begroting. Het college ziet zich in deze voor de taak gesteld er voor te waken dat het beleid het financieel haalbare niet overschrijdt. De definitieve goedkeuring geschiedt door de kerkenraad.

 

Het is van belang dat onze solvabiliteitspositie wordt behouden, en waar mogelijk versterkt, zodat we onverwachte tegenvallers kunnen opvangen. In dit kader dient onderscheid te worden gemaakt tussen "Levend Geld", reserves en voorzieningen. Onder voorzieningen wordt een post verstaan, waarvan de kosten zeker komen (bijv. groot onderhoud). Onder reserves wordt verstaan een post waarvan we hopen dat de kosten nooit zullen komen en deze dienen uitsluitend voor de opvang van onvoorziene kosten.

 

­

10   Catechese

 

10.1  Het doel van de catechese

Het doel van de catechese is om jongeren van twaalf jaar en ouder zoveel als mogelijk is vertrouwd te maken met de boodschap uit de Bijbel en de belijdenis van de kerk. Hoe wordt er gewerkt: De jongeren die tot de doelgroep behoren, krijgen ieder jaar in september een uitnodiging via de kerkbode.

Tijdens de catechisatie wordt een evenwichtig programma aangehouden waarin naast aandacht voor kennis van de geloofsleer ook ruimte is om actuele zaken waar jongeren mee zitten, te bespreken.

De gebruikte methode wordt door de predikant gekozen. Tevens wordt door de predikant de belijdeniscatechisatie verzorgd, waarbij frequentie, locatie zal afhangen van het aantal deelnemers.

 

Er is één groep catechisanten er wordt op maandagavond catechisatie gegeven door de kerkelijk werker. Het streven is de groep dusdanig samen te stellen dat leeftijdgenoten in dezelfde groep zitten, (zo nodig wordt er een tweede groep geformeerd). Ter voorbereiding op catechese voor ouderen is er voortgaande catechese o.l.v. de kerkelijk werker op een aantal maandagavonden door het catechese seizoen.

 

­

11    Zending

 

11.1  Algemeen

Als gemeente van de Heere Jezus Christus hebben wij de opdracht in gehoorzaamheid aan de opdracht van de Heere Jezus Christus om te zien naar onze naaste dichtbij en veraf.

De opdracht van de Heere Jezus Christus kunnen we lezen in: Mattheüs 28:19, “Gaat dan allen heen, maakt aal volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest en leert onderhouden al wat Ik u bevolen heb”.

 

11.2  Zending dichtbij

Onze zendingsroeping begint dichtbij huis: wij willen een gemeente zijn, die zich in al haar geledingen en alle activiteiten van kinderen, jongeren en ouderen richt op die ander in Est en Nederland, die los van God, Zijn Woord, Zijn dienst en Zijn gemeente leeft. De toerusting daartoe ontvangen we van de predikant, ambtsdragers en leidinggevenden.

De evangelisatiecommissie heeft in dit alles ook een stimulerende rol en zoekt wegen en  methoden om rand- en buitenkerkelijken (weer) bij het Woord van God en Zijn dienst te betrekken.

Enkele activiteiten met een evangelisatorisch karakter zijn: de Godsdienstlessen op de Openbare school, de zangdiensten met Kerst en Pasen, met de Zondagsschool en de clubs

 

11.3  Zending verder weg (over de grens)

Wij weten ons als gehele Gemeente geroepen om Kerkenwerk en Zendingswerk buiten Nederland te steunen door voorbede en andere vormen van medeleven.

De toerusting daartoe ontvangen we van de predikant, ambtsdragers en leidinggevenden. De Zendingscommissie heeft in dit alles ook een stimulerende rol en zoekt naar mogelijkheden om bovengenoemde steun concreet te maken.­

 

­12   Kringwerk

 

12.1  Algemeen

De doelstelling van het kringwerk is, het vormen en toerusten van gemeenteleden en het versterken van de onderlinge gemeenschapsband.

Daarom is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk gemeenteleden bij de kringen te betrekken. Nieuwe gemeenteleden kunnen door het deelnemen aan kringwerk zich sneller zich thuis gaan voelen in de gemeente. Al het kringwerk geschiedt in combinatie met de hervormde gemeente te Meteren

 

12.2  Bijbelstudie

De bijbelstudie houdt zicht voornamelijk bezig met het bestuderen van gedeelten uit de Bijbel. Het doel is om de boodschap van de bijbel beter te kunnen begrijpen en het vinden van antwoorden uit de Bijbel op vele geloofsvragen. Steeds worden er lijnen getrokken vanuit teksten die we bespreken naar het gemeenteleven en het persoonlijk geloofsleven.

 

12.3  Gesprekskring

De gesprekskring behandelt onderwerpen die zich vanuit de wereldse actualiteit voordoen. Daarbij wordt gezocht naar hoe en wat de Bijbel (Gods Woord) hierover zegt en hiervoor een leidraad geeft die we als leefregel kunnen invullen (in alle gebrokenheid). Locatie is in de consistorie te Est.

 

12.4  Ontmoetingsmiddag voor bejaarden en alleenstaanden

De frequentie van de ontmoetingsdag is per drie weken op de dinsdagmiddag. De bejaarden komen dan bij elkaar, hierbij wordt een gedeelte uit de Bijbel gelezen en er wordt een meditatie gehouden. Tevens worden er Psalmen en geestelijke liederen gezongen. Na de pauze worden allerlei activiteiten ondernomen. Voor het pastorale gedeelte ontvangt de predikant ondersteuning van de kerkelijk werker.

 

13   Jeugdwerk

 

13.1  Algemeen

Het jeugdwerk behoeft veel vrijwilligers, waar gelukkig nog altijd in voorzien kan worden. Het werven van vrijwilligers kost wel steeds meer tijd en energie. Dus is het van belang dat het jeugdwerk zich profileert in de gemeente en dat benadrukt wordt dat het jeugdwerk voor de gemeente van grote waarde is. De relatie met de kerkenraad wordt meer benadrukt.

Jeugdwerk heeft ten doel om mee te werken aan de vorming van de jeugd door de jeugd blijvend te betrekken bij de gemeente en de Bijbel.

Aan de orde komen:

De jeugd met de daartoe geëigende middelen te bewaren bij het evangelie van Jezus Christus en hen te begeleiden op de weg van de persoonlijke geloofsontwikkeling, opdat ze groeien naar een volwaardig kerklidmaatschap.

De jeugd blijvend betrekken bij het Evangelie van Jezus Christus en opvang te bieden / aandacht te geven aan jongeren in crisismomenten.
Leiding en daadwerkelijke bijstand geven aan de jeugd bij haar ontwikkeling, arbeidsleven, ontspanning en de besteding van vrije tijd.
De jeugd steunen en helpen bij de ontplooiing van de aan hun geschonken gaven en hen zodanig toe te rusten dat ze tot een goede invulling van hun levensroeping in kerk en samenleving komen. 
Er wordt onder andere gebruik gemaakt van H. G. J. B. materiaal.

 

13.2  Zondagsschool

Zondagsschool “Het Mosterdzaadje” heeft ten doel de kinderen in de gemeente te onderwijzen en te vormen in de weg van Gods Woord ( de Bijbel). Er wordt verteld en er worden Psalmen en geestelijke liederen gezongen. Via de zondagsschool worden de kinderen in aanraking gebracht  met de Bijbelse boodschap. Op de zondagsschool (gehouden in de kerk) zitten zeker niet alleen en uitsluitend kinderen van kerkelijk meelevende ouders.

 

Frequentie van de samenkometsen is elke zondag vanaf 11.30 uur tot 12.30 uur, vanaf haf september tot aan de zomervakantie van het volgende kalenderjaar. De leeftijdsopbouw is van 4 – 12 jaar.

Ieder jaar wordt er medewerking verleend aan de Kerstzangdienst en de Paaszangdienst.

 

13.3  Jeugdclubs

De jeugdclubs hebben ten doel om mee te werken aan de vorming van de jeugd door de jeugd blijvend te betrekken bij de gemeente en de Bijbel.

Er zijn 2 jeugdclubs actief 1 van 8 tot 12 jaar. De frequentie van samenkomsten voor de club 8 -12 jaar is 1 x per veertien dagen, op de woensdagmiddag van 13.30 uur tot 15.00 uur.

Medewerking wordt verleend aan de, Kerstzangdienst en Paaszangdienst.  We hopen mettertijd weer een club van 13 jaar en ouder van de grond te krijgen.

 

De bijeenkomsten van deze club zijn in de consistorie op donderdagavond vanaf 20.00 uur. Frequentie is om de 2 weken.

 

De uitnodigingen voor deelname aan de clubs wordt via een flyer aan de betreffende jonge gezinnen kenbaar gemaakt, ook worden onderwerpen en uitnodigingen via de kerkbode bekend gemaakt.

 

14   Samenvattende conclusies en voornemens

 

14.1  De leiding in de gemeente

Het ouderlingen overleg dient verder te worden uitgewerkt.

 

14.2  Erediensten

Doorgaan met de ingeslagen weg (vanaf 2001 uitbreiding van de erediensten) om te trachten mensen (weer opnieuw) de “drempel” van de kerk over te krijgen. Gelovende dat het Geloof uit het gehoor is, proberen we om tot een situatie te komen dat er twee maal per zondag een eredienst is.

 

14.3  Pastoraat

Structureel huisbezoek dient verder te worden uitgewerkt waarbij het accent ligt op de jonge gezinnen. De ouderen worden regelmatig bezocht door de kerkelijkwerker en/of predikant.

  

14.4  Diaconaat

De diaconie informeert via de kerkbode over de collectedoeleinden, (de kerkbode komt uit per drie weken).

 

14.5  Kringwerk

De huidige kringen en verenigingen (clubs) voortzetten. De kerkenraad dient hiervoor meer aandacht te hebben waardoor we wederzijds van elkaar te weten komen waar we staan in het licht van Gods woord.

 

14.6  Jeugdwerk

Er dienen meer activiteiten te worden ontplooit waarbij de prioriteit ligt op de groep van 12 tot 25 jaar. In de komende periode dienen we ons als kerkenraad nog meer op het jeugdbeleid te richten. Dit dient nog nader ontwikkeld en uitgewerkt te worden.

We moeten ons bezinnen over:

Opzetten van jeugdwerk 16- plus.
Toerusting leidinggevenden.
Relatie vanuit het jeugdwerk en kerk naar de thuissituatie.
Tiener en jongerenpastoraat.

 

14.7  College van Kerkrentmeesters

In het collecte rooster gerichte collectes houden en andere activiteiten ontplooien om bovenstaande doelen te kunnen verwezenlijken. In verband met het voorgaande de gemeente 3 maandelijks informeren over de financiële stand van zaken en tevens aangeven waarvoor geld nodig is.

Een prognose opstellen voor de toekomst waarbij aangegeven wordt hoeveel financiële middelen er nodig zijn gespecificeerd naar verschillende onderdelen aangaande onder ander het onderhoud van de gebouwen. Hierbij in het oog houdend de financiële wensen en noden van de komende jaren.